We leven in een tijd waarin bijna ieder ongemak wordt vertaald naar een verbeterpunt.
Je loopt vast in je werk? Dan moet je beter leren plannen.
Je vindt vergaderingen uitputtend? Dan moet je beter leren samenwerken.
Je wordt onrustig van een strak schema? Dan heb je meer discipline nodig.
Je vindt confrontaties lastig? Dan moet je assertiever worden.
We zijn gewend geraakt om naar onszelf te kijken als een project dat voortdurend geoptimaliseerd moet worden.
Maar wat als dat niet altijd de juiste vraag is?
Wat als jouw frustratie niet ontstaat omdat er iets aan jou moet worden gerepareerd, maar omdat er structureel te weinig ruimte is voor iets wat voor jou fundamenteel belangrijk is?
Dan verandert de vraag van:
Wat moet ik aan mezelf veranderen? naar: Wat drijft mij eigenlijk?
Motivatie is meer dan jezelf ergens toe zeggen
Wanneer we over motivatie praten, denken we vaak aan wilskracht.
Hoe krijg ik mezelf zover dat ik ga sporten?
Hoe zorg ik dat ik dat project afmaak?
Hoe motiveer ik mijn team?
Maar intrinsieke motivatie gaat over iets fundamentelers. Over de behoeften en waarden die voor jou belangrijk zijn en die je regelmatig in je dagelijks leven wilt kunnen ervaren.
De één heeft bijvoorbeeld veel behoefte aan autonomie.
De ander juist aan samenwerking.
De één floreert bij structuur.
De ander bij flexibiliteit.
De één wil diep begrijpen.
De ander wil vooral praktisch aan de slag.
En precies daar ontstaan enorme verschillen tussen mensen.
Misschien probeer je een motivatieprobleem op te lossen als een disciplineprobleem
Stel dat jij veel behoefte hebt aan flexibiliteit en je werkt in een omgeving waar vrijwel alles vooraf vastligt.
Iedere werkwijze.
Iedere procedure.
Iedere agenda.
Iedere stap.
Voor iemand die veel behoefte heeft aan orde kan zo’n omgeving prettig zijn:
Duidelijkheid.
Voorspelbaarheid.
Structuur.
Voor jou kan diezelfde omgeving beklemmend voelen.
En vervolgens zeg je tegen jezelf: Ik moet gewoon beter leren plannen. Ik moet me aanpassen. Ik moet niet zo snel verveeld raken.
Maar misschien probeer je jezelf steeds beter passend te maken voor een context die fundamenteel onvoldoende bij je past. Dat betekent niet dat je direct alles moet veranderen.
De interessantere vraag is: Is er in mijn leven voldoende ruimte voor wat voor mij wezenlijk belangrijk is?
Gedrag is niet hetzelfde als motivatie
Wat je doet, vertelt niet altijd waarom je het doet.
Je kunt heel georganiseerd werken omdat je functie dat vereist en ondertussen intrinsiek veel behoefte hebben aan flexibiliteit.
Je kunt leidinggevende zijn zonder dat invloed of leiderschap je sterk motiveert.
Je kunt sociaal heel vaardig zijn en tegelijkertijd veel behoefte hebben aan tijd alleen.
Je kunt uitstekend presteren in een competitieve omgeving zonder dat winnen voor jou belangrijk is.
Daarom is de vraag: Wat kan ik? niet hetzelfde als: Wat wil ik?
Dat onderscheid is ook relevant bij hoogbegaafdheid. Hoog cognitief vermogen kan iets zeggen over capaciteit en de manier waarop iemand informatie verwerkt. Maar het vertelt nog niet welke levensdoelen iemand belangrijk vindt.
Kunnen en willen zijn verschillende vragen.
Je hoeft misschien niet méér gemotiveerd te worden
Misschien is dit de belangrijkste gedachte.
Je hoeft misschien niet méér gemotiveerd te worden. Je moet beter begrijpen wat jou al motiveert.
De vraag is niet alleen of jij harder je best kunt doen. De vraag is ook: krijgt wat voor jou belangrijk is voldoende ruimte?
In je werk?
In je relatie?
In je agenda?
In je gezin?
In de keuzes die je maakt?
Want hoe beter je begrijpt wat jou drijft, hoe vrijer je wordt om keuzes te maken die daadwerkelijk bij je passen.
Luister naar de podcastaflevering op Spotify en laat je inspireren en verwonderen.